Vanaf de middeleeuwen tot de tweede wereldoorlog was ijzer-gallusinkt de meest gebruikte inkt.
IJzer-gallusinkt bestaat uit een ijzerzout (ijzervitriool), tannine uit galnoten, water of wijn en een bindmiddel (arabische gom). In de inkt ontstaat er een chemische reactie tussen het ijzerzout en de tannine waarbij een gekleurde vloeistof ontstaat. Als bijproduct van deze reactie onststaat er ook zwavelzuur.
Het zwavelzuur en de vrije ijzer(II) ionen in de inkt veroorzaken het verval van papier door het katalyseren van twee processen:
zure hydrolyse
oxidatitie
Omdat het lijkt alsof de inkt door het papier heen vreet wordt dit verval inktvraat genoemd.
In een vergevorderd stadium vallen de letters letterlijk uit het papier.
Mogelijke behandelingen:
fytaatbehandeling
verstevigen met Japans Papier dat voorgelijmd wordt met gelatine lijm